Waarin verschillen ze van mythen, fabels, legenden, sagen, parabels en andere oude verhalen?
Die vragen worden door geleerden soms verschillend beantwoord, maar in grote lijnen voldoet het volgende. Het gaat in alle gevallen eigenlijk om verhalen die al zo lang de ronde doen dat niemand meer weet wie ze oorspronkelijk heeft verzonnen. Eigenlijk, want soms bedenken mensen verhalen die lijken op die oude verhalen. Zie bijvoorbeeld de sprookjes van Andersen of van Godfried Bomans.
Fabels zijn eenvoudige verhalen met een duidelijk moraal. Ook Parabels (gelijkenissen) zijn verhalen met een duidelijke opvoedende bedoeling. De bijbel staat er vol van. Mythen, sagen en legendes zijn, hoe vreemd het nu mag lijken, ooit allemaal als geschiedschrijving ontstaan, met de bedoeling te vertellen over gebeurtenissen die echt hadden plaatsgevonden.
Mythen verklaren vaak het onstaan van de wereld, sagen bepaalde streekgebonden verschijnselen en legenden gaan over het leven van bepaalde mensen.
Dan blijven verhalen over die duidelijk ooit bedacht lijken en zich afspelen in een wereld waarin moeiteloos ook reuzen (en reusachtige dieren), dwergen, tovenaars en heksen (met hun bij behorende toverkunsten) een plaatsje vinden, waarin mensen makkelijk van gedaante kunnen verwisselen, waarin toverspreuken soms toegang verschaffen tot een soort droomwerelden. En deze verhalen noemen we sprookjes.